4. INTERZONALE SAMENWERKING - PRAKTISCH
4.1. Doelstellingen
De samenwerkingsakkoorden streven volgende doelstellingen na, namelijk:
- het verhogen van de rentabiliteit;
- het verbeteren van de kwaliteit van de dienstverlening;
- het streven naar een win-win-situatie, op basis van evenwaardigheid
met inachtneming van het principe van wederkerigheid;
- het nastreven van een zo eenvormig mogelijk beleid binnen een bepaalde
regio, evenwel rekening houdend met de autonomie van de zones en met
hun respectievelijke diversiteit en specificiteit.
Gelet op de organisatie van onze geïntegreerde politie op twee
niveaus is het belangrijk te beklemtonen dat de principes evenwaardigheid
van zones en wederkerigheid van groot belang zijn. De wederkerigheid,
of het feit dat de interzonale samenwerking niet unilateraal hoeft te
zijn, kan tot stand komen door een combinatie van de diverse domeinen
die hierna aan bod komen.
4.2. Welke domeinen kunnen in aanmerking komen
voor interzonale samenwerking?
Een indeling van items die in aanmerking komen voor interzonale samenwerking
kan verschillende domeinen ( middelen, interventie, know-how,...) bestrijken.
Gemakshalve maken we een onderscheid tussen de domeinen van niet-operationele
aard en deze van operationele aard.
Volledigheidshalve dient toegevoegd dat onderhavige omzendbrief niet
de ambitie heeft op te leggen hoe de concrete invulling van samenwerking
in een of ander domein moet gebeuren, maar de domeinen wil opsommen waar
samenwerking mogelijk is. In feite willen we enkele denkpistes aanreiken.
4.2.1. Domeinen van niet-operationele aard
4.2.1.1. APA-dossiers
Het concept van Autonome
Politionele Afhandeling van politiedossiers
(APA) is ondertussen ingevoerd binnen de vijf ressorten van de Hoven van
Beroep.
Het behandelen van de APA-dossiers kan derhalve - wegens de uniforme
richtlijnen geldig voor alle zones binnen het ressort van een Hof van
Beroep - makkelijk aanleiding geven tot interzonale samenwerking. Concrete
afspraken met de parketten inzake de praktische afhandeling van de dossiers
kunnen bijdragen tot de algemene doelstelling.
Ik wens er in dit verband op te wijzen dat er reeds protocollen tussen
bepaalde zones werden afgesloten met betrekking tot het behandelen van
APA-dossiers ( zie verder ondersteuning).
4.2.1.2. Logistiek
Ook op dit vlak kan men protocollen afsluiten tussen bepaalde zones. Ik
denk onder meer aan het op elkaar afstemmen van bepaalde aankoopdossiers
(bijvoorbeeld zou men zich kunnen inschrijven in globale aankoopdossiers
opgestart door de federale politie, in casu DGM, die door deze dienst
worden beheerd). De voorbeelden zijn hier legio.
4.2.1.3. Organiseren van bepaalde
interne vormingen en informatieverstrekking in het algemeen
Ook hier zijn tal van voorbeelden op te noemen in het domein van de interne
vorming en de informatieverstrekking. De noden en behoeften van de lokale
politie zijn meestal regiogebonden zodat ook de interne behoeften aan
bijkomende vorming of bijscholing gelijk lopen. Samenwerking op dit vlak
lijkt me dan ook aangewezen. Ik denk hierbij dan meer bepaald aan het
schietonderricht, aan functionele en op de praktijk afgestemde ISLP-opleidingen…
Zie in dit verband eveneens mijn omzendbrief GPI 26 van 18 juli 2002
betreffende de externe opleidingen in de politiediensten.
4.2.1.4. Personeel
Ook op het vlak van personeelsadministratie kan het aangewezen zijn dat
men overgaat tot een interzonale organisatie voor bepaalde aspecten.
4.2.1.5. Preventiecampagnes
Ook de noodzaak tot het voeren van preventiecampagnes beperkt zich meestal
niet tot de grenzen van een bepaalde zone. Door het gezamenlijk organiseren
en voorbereiden van dergelijke campagnes beschikt men over meer middelen
en over een grotere impact op de geviseerde problematiek en doelgroep.
4.2.1.6. Documentatie- en
informatiecentra
Het politiepersoneel heeft nood om steeds up-to-date te blijven wat betreft
de regelgeving in een groot aantal domeinen. Richtlijnen van de Procureurs
des Konings, van gemeentelijke, provinciale, gewestelijke en federale
overheden dienen te worden gerepertorieerd.
Meestal hebben deze dan nog een vertaalslag nodig gelet op de specificiteit
van de zones en de problematiek, bijvoorbeeld zones gelegen in een bepaalde
regio en betrokken bij rallye-wedstrijden, bij de specifieke reglementering
rond kerncentrales, rond bosbeheer … waarbij men door samen te werken
tot een meer accurate gegevensverzameling komt.
Het aanleggen van diverse klassementen, zelfs binnen een korps, lijkt
me niet meer van deze tijd te zijn. Veelal betreft dit dan nog geen dienst
op zich en is de nauwkeurigheid van dergelijke “bibliotheken”
afhankelijk van een vrijwilliger die deze taak op zich neemt.
4.2.1.7. Gebruik van infrastructuur
en middelen
Gemeenschappelijk gebruik van infrastructuur kan eveneens leiden tot besparingen
van personeel en middelen. Het gebruik van cellencapaciteit voor het opsluiten
van in hechtenis genomen personen is personeelsbesparend, het bezetten
of gebruik van infrastructuur zoals garages, schietstanden, vergaderlokalen,...
betekent een besparing inzake werkingskosten. Dit geldt ook voor het gemeenschappelijk
gebruik van materiële middelen zoals snelheids- en curvometers, signalisatiematerieel,
….. .
4.2.1.8. Welzijn – Interne
preventiedienst
Alhoewel elke zone verplicht is een Interne Dienst voor Preventie op het
Werk te organiseren voorziet de welzijnswet van 4 augustus 1996, artikel
36, dat verschillende zones – mits naleving van de door de Koning
bepaalde modaliteiten - een gemeenschappelijke dienst kunnen oprichten.
Een dergelijke samenwerking laat toe dat heel wat verplichtingen zoals
risicoanalyses, plaatsbezoeken, adviezen bij aanschaf van materieel...
gezamelijk, rationeel en dus ook kostenbesparend kunnen gebeuren.
4.2.1.9. Beveiliging van wapens,
van politiegebouwen, documentatie….
Zelfs binnen de politiezones bestaat er soms geen uniforme regeling inzake
beveiliging (security). Gemeenschappelijk uitgevoerde risicoanalyses moeten
leiden tot identieke maatregelen binnen verschillende zones zowel op het
vlak van het nemen van beveiligingsmaatregelen als van het reageren op
alarm. Dit werkt kostenbesparend voor die zones die iets gezamenlijk willen
aanpakken.
4.2.1.10. Allerlei
4.2.2. Domeinen van operationele aard
In de operationele sfeer wordt in de eerste plaats gedacht aan samenwerking
in de domeinen die betrekking hebben op de organisatie- en werkingsnormen
( KB van 17 september 2001 en de bijbehorende omzendbrief PLP 10 van 10
oktober 2001). In het bijzonder wordt gedacht aan volgende functies:
4.2.2.1. Interventie/Verlenen
van bijstand
Iedere politiezone beschikt over een permanente interventieploeg en één
of meer bijkomende ploegen. In de voornoemde omzendbrief PLP 10 heb ik
expliciet reeds een aanzet willen geven tot het interzonaal organiseren
van deze bijkomende ploeg. De zone beslist autonoom wanneer zij die bijkomende
ploeg inzet.
Afspraken kunnen dus gemaakt worden tussen verschillende belendende
zones over hoe die bijkomende ploegen het best kunnen worden ingezet en
op elkaar afgestemd.
Hierbij aansluitend kan ik nog toevoegen dat ook het principe van een
permanent bereikbaar en terugroepbaar officier van bestuurlijke politie
interzonaal kan worden geregeld, mits inachtneming van artikel 7/1.1.
van de WPA.
In dit kader wens ik toch de aandacht te vestigen op een deontologisch
aspect “schijn van partijdigheid”. Ik denk hierbij aan verkeersongevallen
waar de lokale politie zelf bij betrokken is. Ware het dan niet aangewezen
dit feit te laten vaststellen door personeelsleden van een naburige zone
?
4.2.2.2. Onthaal
Ook hier dien ik te verwijzen naar het voornoemde Koninklijk besluit en
mijn omzendbrief terzake. Het organiseren van één permanent
onthaal per zone is wellicht in bepaalde regio’s niet haalbaar of
efficiënt. De minimale norm bepaald door de Koning ligt voor anderen
dan weer te laag. Ook hier kan schaalvergroting veel voordelen opleveren.
Het komt er op aan het evenwicht na te streven tussen de minimale norm
en de wenselijke norm.
4.2.2.3. Politionele slachtofferbejegening
Als minimale norm voorzag het Koninklijk besluit terzake dat elk lokaal
politiekorps dient te beschikken over een gespecialiseerde medewerker
en dat deze permanent beschikbaar moet zijn. Dit laatste gegeven noopt
ook tot enige afstemming op interzonaal niveau. Belangrijk is te vermelden
dat ook in dit kader de omzendbrief GPI 19 inzake de politieassistenten
niet uit het oog mag worden verloren.
4.2.2.4. Handhaving van de
openbare orde
In de ministeriele richtlijn MFO-2 werd reeds uitvoerig ingegaan op het
principe van samenwerkingsakkoorden of laterale steun inzake handhaving
van de openbare orde (zie punt 2.2. in voornoemde omzendbrief).
Door interzonaal overleg te plegen in het kader van zowel voorzienbare
gebeurtenissen als onvoorzienbare gebeurtenissen het principe van de gehypothekeerde
capaciteit zoveel mogelijk een uitzondering kan blijven.
Het handhaven van de openbare orde is één van de zes basisfunctionaliteiten
en zodoende dient elke zone zijn ordediensten te plannen en te managen.
Een goede planning van de ordediensten en het beschikbaar stellen van
de vereiste capaciteit op basis van supralokale solidariteit, heeft het
voordeel dat men geen beroep dient te doen op het vorderen van de lokale
politie.
Meer in concreto verzoek ik de lokale politie duidelijk in de tijd te
gaan plannen, zeker voor wat betreft hun “steeds weerkerende en
voorzienbare manifestaties” (zoals bijvoorbeeld een rock-festival,
een stoet, fietshappenings en noem maar op) en daarbij, wanneer het beheer
van dat evenement de eigen capaciteit overschrijdt, rond de tafel te gaan
zitten om in interzonaal verband dergelijke evenementen te kunnen beheersen.
Dit biedt het voordeel dat men lang op voorhand de in te zetten capaciteit
kan plannen en berekenen, waarbij we het systeem van gehypothekeerde capaciteit
reserveren waarvoor het bedoeld is.
Ook op het vlak van onvoorzienbare gebeurtenissen kunnen bepaalde scenario’s
en mechanismen worden uitgewerkt.
4.2.2.5. Beheer van de
oproepen (communicatiecentra)
In afwachting van het operationeel zijn van “Astrid” is een
samenwerking inzake het behandelen (call-taking en dispatching ) van (
dringende) oproepen, zeker buiten de normale diensturen, voor de hand
liggend. Naar de bevolking toe moet dit leiden tot een vlugge en adequate
afhandeling van de oproepen; voor het personeel betekent dit een omkaderde
en veilige manier van werken, en voor het management van de politiezone(s)
levert dit eveneens een meerwaarde op.
4.2.2.6. Verkeers(dienst)
Zones kunnen hun opdrachten op het vlak van preventieve en/of repressieve
verkeershandhaving en van adviesverlening aan de voor het verkeer bevoegde
overheden gezamenlijk uitvoeren. Dit levert des te meer nut op in zones
waar de verkeersmaatregelen van de ene gemeente een invloed uitoefenen
op het verkeer of de verkeersleefbaarheid in een andere gemeente.
4.2.2.7. Allerlei
[Nota van de webmaster: onderstaande items waren niet voorzien in de originele
tekst van de omzendbrief. Zij werden aangetroffen in de protocols door
de zones afgesloten.]
- drugs en hormonen
- inbraken en heling
- autocriminaliteit
- geweldsdelicten
- mensenhandel en prostitutie
- zedenfeiten
- buurtinformatienetwerk
- sporenonderzoek
- bewaking en overbrenging van gedetineerden
- ...
|